Vervangen van rioleringsbuis

Vervangen van rioleringsbuis

Sinds de jaren ’50 zijn onze rioleringsbuizen van kunststof. Voor die tijd gebruikte men geglazuurd terracotta, ook wel gresbuis genoemd. De stukken rioleringsbuis hadden een lengte van een meter met aan een kant een kraag die over het volgende segment geschoven werd. Deze aardewerken buizen gaan gemiddeld zo’n 60 tot 80 jaar mee. Daarna beginnen ze te verpulveren en moeten ze vervangen worden.

Op de bouwtekening van je huis staat aangegeven hoe de riolering loopt en anders kan je bij je gemeente opvragen waar precies de aansluiting met het openbare riool ligt. De duur van het daadwerkelijke vervangen van de buizen hou je zo kort mogelijk, zodat je maar enkele uren het toilet niet kan gebruiken. Leg daarom eerst alle materialen klaar en begint dan pas met graven.

Het leggen van nieuwe buis
Graven doe je met de hand of een een mini-graver en niet dieper dan de oude riolering. Verwijder de oude buizen, haal alle scherven weg en vlak de boden van de sleuf een beetje uit. Begin met het aansluiten van de nieuwe buis op het laagste punt, de ingang van de het openbare riool en werk naar je huis naar boven. Hou rekening met een afschot van 1 cm per meter. Met te weinig afschot glijdt het vuil niet door en met een teveel aan afschot gaat het water sneller dan de vaste stof en krijg je eveneens ophoping van materiaal in de buis. Testen doe je met een emmer water en wat losse papiertjes.

Kunststof rioleringstukken plak je niet aan elkaar vast. Door het lijmen kan er spanning op de verbindingen komen te staan waardoor de buizen kunnen breken. Verbindt ze met elkaar door ze stevig in elkaar de drukken en ondersteun daar waar nodig met een zandbed of stenen.