Zelf behangen

Zelf behangen

Het behangen van een wand kunnen we onderverdelen in 3 fasen:

  • Verwijderen van de oude behanglaag.
  • Het repareren en schuren van de muur.
  • Plakken van het behang.

Verwijderen oude behang
Voor grotere opppervlakten en meerdere over elkaar heen geplakte lagen neem je daar het beste een stoommachine voor. Deze kan je bij de grotere doe-het-zelf zaken huren. Een kleine wand of een enkele laag behang is makkelijk zonder machine te doen.

Trek alles er droog af wat je eraf kunt krijgen. Grote kans dat je de helft er al af haalt. De achtergebleven stukken behang maak je nat met in warm water opgelost behangafweek. Laat dit even intrekken. Met een plamuurspatel haal je de restanten behang van de muur af. Verwijder de afdekplaatjes van de stopcontacten en eventueel de plinten, als daarachter behangen is. Als de oude behanglaag mooi glad is en vast zit kan je er ook voor kiezen om er overheen te behangen. Het resultaat zal echter bij lange na niet zo strak zijn.

Muur voorbereiden voor het nieuwe behang
Een te behangen ondergrond moet glad, droog, stof- en vetvrij zijn. Laat geen flinters papier zitten, vul gaten en andere beschadigingen op met een vulmiddel en schuur deze na het drogen glad. Na het schuren moet je de muur afnemen met water voor een stofvrij resultaat. Bij het behangen over een latexmuur de verflaag goed behandelen met een spiritus oplossing en vetvrij afnemen met sterk ammoniakwater.

Het eigenlijke behangen
Je muur is nu glad, schoon en droog. Daar iedere behangsoort zijn eigen specifieke manier van plakken heeft volg je het best de aanwijzingen op de rol. Om verschil in kleurnuance te voorkomen neem je altijd rollen van hetzelfde verfbadnummer. Volg voor de inlijm en plakwijze de aanwijzingen op het symbolen-etiket.

Bron afbeelding